Dit stappenplan is geschikt voor zelfstandig gebruik. Daarvoor is herhaaldelijke en nauwkeurige oefening nodig met behulp van de handleiding.
Op onze introductietraining Moreel Beraad kunt u zich zich er meer in bekwamen en oefenen in de benodigde vaardigheden.
Inleiding ethisch stappenplan
Dit ethisch stappenplan is ontwikkeld door Henk van Luijk, voormalig hoogleraar Bedrijfsethiek aan Nyenrode Business Universiteit. We volgen het hieronder op de voet.
Om de stappen met succes te doorlopen is van groot belang een geschikte casus te hebben, een praktijksituatie.
Een goede casus voor moreel beraad kenmerkt zich door:
- De casus is door één van de deelnemers zelf meegemaakt. Een hypothetische casus of een verhaal van horen zeggen is niet werkbaar.
- Het is een verhaal met een morele lading. Dit houdt in dat er in het verhaal een moment zit waarop zich voor de inbrenger een morele vraag voordeed, of waar hij of zij op zijn minst achteraf een morele vraag bij heeft.
- De casus moet voor de deelnemers interessant zijn, d.w.z. herkenbaar en de moeite van het bespreken waard.
1 Wat is de concrete morele vraag?
Bij deze eerste stap gaat het erom een concrete morele vraag te
formuleren - een morele vraag die betrekking heeft op de casus.
Een heldere en rake formulering van de vraag geeft het onderzoek
in de vervolgstappen bijna vanzelf de nodige diepgang. De eerste
kwestie is dus: is er in de casus sprake van
een moreel vraagstuk? Zo nee, neem dan een andere casus. Zo ja, wat is dan de vraag die onderzocht dient te worden? Schrijf de vraag op flip-over. Dan is voor iedereen duidelijk waar het gesprek over gaat en het voorkomt dat het gesprek alle kanten op gaat.
Aandachtspunten
- Een vraag
Allereerst is het van belang dat er een
wérkelijke, en niet een schijnbare vraag wordt
geformuleerd. Dus niet een vraagconstructie waarbij het antwoord
al duidelijk is. Of een vraag wel een wérkelijke vraag is,
kan eenvoudig worden nagegaan door te vragen: 'waarom is dat een
vraag?'
- Een concrete vraag
De vraag moet beantwoordbaar zijn voor
de casus, zij moet betrekking hebben op personen en
gebeurtenissen die concreet in de casus aanwijsbaar zijn. Zorg er
dus voor dat duidelijk is wat de vraag in de casus betekent.
-
Een morele vraag
In een morele vraag komen termen
voor als: mogen, moeten, behoren, verplicht zijn, of een tegendeel daarvan. In het
kader van een casus betekent dit dat er een morele vraag erover gaat of een bepaalde gedraging of handeling van een persoon wel of niet
geoorloofd, wel of niet fatsoenlijk, wel of niet verplicht
is.
Voorbeelden van meer en minder goede vragen zijn hieronder te
vinden.
morele vraag|betrokkenen|beslisser|informatie|argumenten|conclusie|gevoel
2 Wie zijn de betrokkenen?
Nadat de vraag is vastgelegd, wordt nagegaan wie er betrokken zijn bij de handeling waarover het in de vraag gaat. Het gaat dan wel om de moreel betrokkenen: wie hebben er bepaalde rechten, plichten of belangen? Anders geformuleerd: wie mogen er vanuit gaan dat de actor (de ik-persoon uit de vraag) rekening houdt met hun rechten of belangen?
Vaak zijn de betrokkenen natuurlijke personen, maar het kan ook om groepen of organisaties zijn. Soms komen ook dieren als betrokkenen in beeld.
Deze stap is voltooid als er een lijstje is gemaakt met de betrokkenen. Het is in het begin ook handig om hierbij per betrokkene de reden van morele betrokkenheid aan te geven.
Aandachtspunten
- Moreel betrokkenen
Het gaat bij deze inventarisatie niet om betrokkenen in de zin dat ze er "ook iets mee te maken hebben". Van moreel betrokkenen moet kunnen worden aangegeven wat zijn voor- of nadeel, zijn recht of plicht is bij de vraag die onderzocht wordt.
- Redelijke mate van volledigheid
Het gebeurt nogal eens dat morele betrokkenheid van de actor, van de ik-persoon, over het hoofd wordt gezien, hoewel die vaak veel gewicht in de schaal legt. Verder zijn belangrijke moreel betrokkenen vaak juist groepen of personen die in de casus zelf fysiek afwezig zijn, maar die er wel in alle redelijkheid vanuit mogen gaan dat er met hen rekening wordt gehouden. Het is ook lastig om de morele betrokkenheid van organisaties of afdelingen scherp in beeld te krijgen.
- Wanneer is het genoeg?
Binnen enkele minuten zijn de belangrijkste betrokkenen meestal wel in beeld. Het kan nog wel enige tijd vergen om precies hun recht of belang te formuleren, maar met vier tot zes betrokken ben je er meestal wel. Vaak beginnen deelnemers er aardig slag van te krijgen om betrokkenen te signaleren, en wordt de rij almaar groter. Het is hier kunst om de betrokkenen te noemen die in het echte leven redelijkerwijs een rol spelen, en niet om er op vernuftige wijze zoveel mogelijk op te sommen.
morele vraag|betrokkenen|beslisser|informatie|argumenten|conclusie|gevoel
3 Wie moet er beslissen?
Met deze stap wordt nog eens het accent gelegd op het feit dat er een keuze moet worden gemaakt door iemand, een morele keuze. De bedoeling is dat wordt vastgesteld wie hier nu de eigenaar van het dilemma is; wie moet er hier een beslissing nemen? Dat is bijna altijd de bij stap 1 genoemde "ik".
Aandachtspunten
- Morele vraag in beeld houden
Tijdens de bespreking van een casus hebben deelnemers na een enige tijd de neiging om de casus nu wel als behandeld te zien. Iedereen heeft er al wat van gezegd, iedereen vindt "er" iets van, dus het is nu wel zo'n beetje duidelijk. Dat heeft in hoofdzaak te maken met de onbekend met 'moreel onderzoek'. De bedoeling is namelijk niet om iets te vinden van wat allerlei mensen in de casus hebben gedaan, of om oplossing te verzinnen om zulke situaties in de toekomst te voorkomen: het gaat om het onderzoek naar het morele gehalte van een handeling van een individu, en wel het in stap 1 genoemde individu.
- Actor in beeld houden
Bij de bespreking van een praktijkcasus ontstaat snel de neiging om er andere, vergelijkbare casussen bij te halen. Het komt ook voor dat veel aandacht uitgaat naar de veroorzaker van het dilemma. Immers, als die nu eens niet had gedaan wat hij feitelijk wel heeft gedaan, dan was er geen sprake geweest van een dilemma, en had de wereld er een stuk vrolijker uitgezien. Deze stap accentueert nog eens dat er van een reeël dilemma sprake is; er is iemand die een keuze moet maken. Het vastleggen van de beslisser brengt focus aan in het onderzoek en maakt het ook minder makkelijk om maar even van alles en nog wat te roepen en van het dilemma weg te praten. -
morele vraag|betrokkenen|beslisser|informatie|argumenten|conclusie|gevoel
4 Welke informatie heb ik nodig?
Kenmerk van een dilemma is nu vaak dat er bepaalde informatie niet voorhanden is. Was die wel voorhanden, dan zou het dilemma ophouden te bestaan. Niettemin is het zaak om de beschikbare informatie zo volledig mogelijk te hebben.
Aandachtspunten
morele vraag|betrokkenen|beslisser|informatie|argumenten|conclusie|gevoel
5 Wat zijn de argumenten?
In deze fase inventariseren we de argumenten vóór of tegen de in de onderzoeksvraag genoemde handeling. Het doel hiervan is om zo volledig mogelijk alle voors en tegens in beeld te krijgen. Dit maakt een beredeneerde keuze mogelijk.
Hiermee wordt ook duidelijk wat de beslisser (moreel gezien) inlevert bij een bepaalde keuze.
Aandachtspunten
- Inventariseer zichtbaar
Het is handig om de argumenten in twee kolommen pro-contra te inventariseren. Dan zijn ze voor elke deelnemer zichtbaar en het voorkomt herhalingen. Het gaat nu immers nog niet om het beargumenteren van de juiste handelswijze, maar om het zo volledig mogelijk inventariseren van argumenten voor én tegen.
- Geen losse woorden
Het is de kunst om argumenten zó te verwoorden dat ze voor iedereen begrijpelijk zijn. Losse woorden zijn daarvoor niet voldoende. Een argument als 'onrechtvaardig' zegt niets zolang niet duidelijk is wát er nu precies onrechtvaardig is. Daartoe moet een hele zin worden gefomuleerd als: het is onrechtvaardig om X in deze situatie geen informatie te geven. Of: X heeft hier recht op informatieverstrekking. Naarmate een argument preciezer wordt geformuleerd (en dat is moeilijker dan het ventileren van losse woorden), kan het aan kracht winnen of verliezen.
- Morele argumenten
Probeer in de argumenten zoveel mogelijk de morele component zichtbaar te maken. Het hele stappenplan is er immers op gericht de morele dimensie van een situatie in beeld te krijgen. Om die reden is bij stap 1 een morele vraag geformuleerd. Welnu, dan dienen de verschillende pro- en contra-argumenten de morele component juist zichtbaar te maken. Doorgaans wordt die morele lading van een argument door deelnemers niet benoemd, omdat hij vanzelf lijkt te spreken. Maar idealiter heeft een argument in het kader van de vraag "Behoor ik handeling X te verrichten?" de vorm: "ja, want je behoort ..." of "nee, want je hoeft niet ...". Of varianten daarvan natuurlijk.
morele vraag|betrokkenen|beslisser|informatie|argumenten|conclusie|gevoel
6 Wat is mijn conclusie?
Na het noodzakelijke voorwerk kan nu de afweging gemaakt worden. Of beter: moet de afweging gemaakt worden. Aan het begin staat namelijk, als het goed is, een heldere vraag. Vaak een vraag waarop alleen de antwoorden 'ja' of 'nee' mogelijk zijn. Welnu, wat is het antwoord op die vraag?
Bij de conclusie hoort ook dat wordt aangegeven welk argument vóór en welk argument tégen hier het zwaarst weegt. In de meest volledige vorm ziet de conclusie er dus als volgt uit: "X behoort hier handeling Y te verrichten, omdat ..., ondanks ...".
voorzien van argumenten. Wat is het belangrijkste argument dat de conclusie ondersteunt? En wat is het belangrijkste wat daarmee wordt ingeleverd? Dat maakt het mogelijk om vervolgens iets te ondernemen om die schade zoveel mogelijk binnen de perken te houden.
Aandachtspunten
- Welke argumenten doen mee?
Bij de vorige stap zijn de argumenten voor en tegen verwoord. Het is nu de bedoeling om op basis van die argumenten de afweging te maken. Als dat niet gaat, of als er in de antwoorden van de deelnemers andere argumenten naar voren komen, zijn er blijkbaar argumenten over het hoofd gezien. Voeg deze dan aan de lijst van argumenten bij de vorige stap toe.
-
Let op dat het antwoord wel een antwoord op de gestelde vraag is. Je kunt hier ook kijken wat nu het belangrijkste meningsverschil is. Dat maakt vervolgonderzoek mogelijk.
morele vraag|betrokkenen|beslisser|informatie|argumenten|conclusie|gevoel
7 Hoe voel ik mij nu?
Nu de argumenten zijn afgewogen en de deelnemers tot een conclusie zijn gekomen, is deze stap bedoeld om na te gaan of de conclusie spoort met het gevoel dat ieder aan de conclusie overhoudt. Er zijn meerdere redenen om dat te doen. Ten eerste kan het zo zijn dat een of meerdere deelnemers op basis van de gegeven argumenten tot een bepaalde conclusie komen, d.w.z. een bepaalde handeling als moreel beter kwalificeren dan een andere handeling. Maar tegelijkertijd voelen zij zich bij deze conclusie niet zo goed voelen. Dan is het de moeite waard om eens te onderzoeken waar het in zit, dat iemand zich niet goed voelt bij die conclusie.
Aandachtspunten